We Run Paris: Raceverslag Pim

Na weken van blessureleed, twijfels, naalden en tape was het zondag toch echt zo ver. Ik stond aan de start van de 10 kilometer door het centrum van Parijs. Een nieuw PR zou mooi zijn, maar ik mocht niet te hard van stapel lopen van mezelf. Mijn enige echte doel werd het pijnloos uitlopen van de wedstrijd en vooral te genieten van de prachtige stad waarin we liepen. Hier lees je hoe dat ging.



Raceday morning

Annemiek en ik werden allebei al wakker voor onze wekker. Een beetje angstig voor hoe mijn benen voelen na de 19 kilometer wandelen van gisteren stap ik uit bed. Een beetje moe en stijfjes maar verder geen last. Gelukkig maar want ik hoop vandaag toch echt te kunnen lopen zonder pijn aan mijn kuiten.

We ontbijten met onze Appie speltpannenkoeken met nutella en jam, maken ons klaar en stappen mooi op tijd de deur uit. Bij elke halte richting het Louvre voegen zich meer mensen met zwart-gele hardloopshirtjes bij ons, totdat opeens de hele stoet eruit stroomt. We lopen weer het daglicht in en BAM, een plein vol met duizenden mensen in datzelfde zwart-gele Nike shirt is ons uitzicht. Ik zie het Louvre, de Seine en een hele lange rij met tentjes waar we onze tassen kunnen dumpen. We proberen het inleveren van onze tas en vesten zo lang mogelijk uit te stellen want ondanks het zonnetje is het best fris. We gaan nog snel plassen, leveren onze spullen in en lopen dan met de stroom mee richting het startvak. 19.000 mensen in een lange rij aan startvakken proppen is nog best een opgave, en aangezien we alle langzamere startvakken langs moeten voordat we ons eigen startvak hebben bereikt is dit nog best een tochtje.


Startvaktaferelen

Als we zo’n 10 minuten later in het startvak meehupsen met de vrouw op een hoge steiger voel ik dat ik eigenlijk alweer moet plassen. Shit. De mensen die mij een beetje kennen weten dat ik áltijd moet plassen en het ook echt niet lang op kan houden. Ja echt, mijn klasgenoten waarschuwen mij standaard als we toetsen van 1,5 uur of langer moeten maken. Zelfs bij een twijfelende surveillant tijdens een toets (“Meneer ik moet echt heel nodig!”) zei iemand lachend “Laat haar maar, ze moet altijd en ze kan het niet ophouden.”

Hoe dan ook, lichtelijk ongerust probeer ik te bedenken of ik nog ergens uit ons hekwerk kan ontsnappen om een rij dixie’s op te zoeken, maar na een korte inspectie zie ik dat dit vrijwel onmogelijk is. Het stroomt nog steeds vol met mensen die op weg zijn naar hun startvak en no way dat ik diezelfde weg nog terug kan maken om hieruit te komen vóórdat het startsein klinkt. Er zit niets anders op dan te proberen het te negeren en zo staan we daar nog een minuut of 10 terwijl we telkens weer een paar meter naar voren mogen en de groepen voor ons starten.

We lopen, staan stil, lopen, staan stil, en wanneer we eindelijk voor de start staan, begint de man op het hoge podium weer zijn verhaaltje in het Frans te houden. Iedereen roept iets terug, maar aangezien ik geen idee heb wat hij zegt, kijk ik maar een beetje om me heen. Wat is Parijs toch mooi en wat zijn wij toch een bofkonten dat we hier kunnen rennen. We staan midden op een brug boven de Seine, met zowel links als rechts van ons nog meer bruggen en rechts in de verte het topje van de Eiffeltoren. Aan beide kanten van het water staan van die typisch Parijse gebouwen met schattige balkonnetjes en links achter ons is het Louvre. De hele startgroep kijk opeens naar boven en daar staat een man iedereen toe te zwaaien. Iedereen lijkt hem te kennen en aan zijn uiterlijk te zien is het een sporter. De man met de microfoon gaat weer verder met zijn praatje maar ik blijf kijken naar de sporter. Waarom komt hij me zo bekend voor? Is dit een medaillewinnaar uit Rio misschien? Hij kijkt me aan en opeens weet ik het weer. Dit is die polsstokhoogspringer die huilend op het podium stond in Rio omdat hij werd uitgefloten door het Braziliaanse publiek! Veel tijd om daar over na te denken heb ik overigens niet want opeens horen we het startschot en komt de groep in beweging. Daar gaan we dan!

Kilometer 1-2

Annemiek en ik proberen zo rustig mogelijk te lopen aangezien vrijwel iedereen ons al voorbij sprint in de eerste honderd meter. We waren uiteindelijk in het startvak van de -45 minuten beland namelijk en ik haalde me dan ook zeker geen illusies in mijn hoofd dat ik dit ooit zou kunnen bijhouden. Desondanks start ik met een aardige pace en loop ik lekker voor mijn idee. Als ik nou maar niet zo nodig moest plassen…

De weg loopt naar beneden en we lopen nu niet meer op de straat maar op de kade naast het water. Hmm, in alle Franse facebookreacties op de bekendmaking van de route stond veel commentaar over de vele heuvels en bruggen. Ik dacht dat dit nog wel mee zou vallen omdat Parijs langs de Seine behoorlijk vlak was in mijn herinnering maar begin nu toch een beetje bang te worden dat we dat onderschat hebben en dit pas nummer één zal zijn. Wat naar beneden loopt zal ook weer omhoog gaan natuurlijk…

Ik draai me om en zie dat Annemiek niet meer achter me loopt. Links en rechts zie ik haar ook niet dus ik ga er vanuit dat ze wat gas terug heeft genomen. Ik bekijk mijn pace, 5’09, en bedenk dat ik dit misschien ook maar moet doen. Veel kilometers of intervaltrainingen hebben mijn benen door mijn blessure niet gemaakt de afgelopen weken en dit tempo zullen ze hoogstwaarschijnlijk niet vol blijven houden. Versnellen kan later nog wel. Ik zoek een haas die iets langzamer gaat dan ik en vind een vrouw in een oranje shirt. Mooi makkelijk te vinden tussen alle zwarte shirts en dus blijf ik achter haar lopen.

Kilometer 3-4

Al vrij snel zie ik dat de vrouw het behoorlijk zwaar heeft en tempo verliest, ik haal haar in en loop maar op een eigen tempo verder. Voor me zie ik het tweede viaduct verschijnen en ik bereid me voor op de vieze lucht die me al tegemoet komt. Ik ren de heuvel op en zie voor me dat de Eiffeltoren in aantocht is. Aan de overkant van de Seine zie ik dat de kopgroep alweer op de terugweg is en ik zie dat mijn eigen pace ondertussen gezakt is naar 5’25. Als ik een PR wil lopen mag in in ieder geval niet heel veel langzamer gaan lopen dan dit maar het is echt nog te vroeg om te versnellen.

We komen langs de Eiffeltoren en ik zie opeens dat we een brug oversteken naar de andere kant van de Seine. Wow gaan we nu al terug? Eenmaal op de brug zie ik dat dit niet het geval is, maar dat we links de weg op gaan en dat de andere helft van de weg de terugweg is. We maken dus een extra lus maar ik kan niet zien waar de oversteek naar de andere weghelft komt. Ik loop ondertussen weer wat harder en besef opeens dat ik behoorlijk wat mensen aan het inhalen ben. Als ik zo doorga wordt het echt een nieuw PR!



Kilometer 5-6

Ik vraag me nog steeds af wanneer ik nou de andere kant van de weg op zal gaan als ik zie dat het keerpunt op een brug is. Het 5 kilometer punt is midden op een brug en aan de overkant van die brug keren we om de andere helft van de weg op. Ik zie een dixie staan en heb ongeveer 1 seconde nodig om te beslissen dat ik er toch maar niet in ga. Ik moet heeeel nodig plassen maar ik lig zo goed op schema voor een PR dat ik geen tijd wil verliezen. Ook de water en bananen post ren ik net straal voorbij als ik iemand hoor roepen “PIIIIIIIIM!”. Ik kijk naar de andere helft van de weg en zie dat Annemiek me tegemoet komt. Ze zit dus toch nog behoorlijk vlak achter me! Zou ze stoppen bij de waterpost of gaat ze proberen te versnellen richting mij?

Ik loop de weg weer op en besluit dat ik vanaf 7 kilometer iets mag gaan versnellen in de hoop dat ik nog genoeg kracht heb om de laatste kilometer nog een stukje harder te lopen. Oh man ik moet echt heel nodig plassen.. Misschien had ik toch maar moeten plassen bij het 5 kilometer punt want dit kost me ook veel kracht en tempo. Ik zie op mijn telefoon dat ik ondertussen ben teruggezakt naar een pace van 5’30 en ook mijn benen beginnen wel wat zwaar te worden. Voor me zie ik dat we onder de brug door moeten die ons van de Eiffeltoren naar deze kant bracht en tijdens de klim terug omhoog word ik ingehaald door de – 5o min. pacers. Ik besef me nu pas dat ik daar al die tijd nog voor heb gelopen en doe een poging om ze bij te houden. Na 5 seconden heb ik door dat dat echt niet gaat lukken en dat mijn benen het zwaar hebben met al deze heuvels. Ik probeer op hetzelfde tempo door te lopen maar voel nu goed dat mijn benen behoorlijk verstijfd zijn en IK MOET ZO NODIG PLASSEN. We lopen weer een viaduct in en ik smeek in mijn hoofd of dit alsjeblieft de laatste heuvel is.

Kilometer 7-8

Nee. Dat is het zeker niet. De weg lijkt alleen nog maar te bestaan uit viaducten en dus heuvels af en vooral vervelende heuvels op. Versnellen zit er echt niet in en ik probeer uit alle macht om niet zoveel snelheid te verliezen. Mijn benen staan op de automatische piloot en blijven stappen zetten ondanks dat ze volledig verkrampt zijn. Ik kan dit echt niet meer zo veel langer volhouden en opeens lijkt 2,5 kilometer een onmogelijke opgave.

Ik zie op mijn telefoon dat ik nog een stuk ben gezakt in tempo en weet dat dit zeer zeker geen nieuw PR zal gaan worden. Sterker nog, met al deze viaducten voor mijn neus zal het misschien wel mijn langzaamste tijd op de 10 km ooit worden. Opeens merk ik dat er iemand naast me loopt en ik schrik bijna als ik zie dat Annemiek me aankijkt. “Ik kan echt niet meer Annie, mijn benen zijn helemaal verstijfd” roep ik haar toe door mijn muziek. Annemiek daarentegen lijkt nog in prima staat en op een lekker tempo te lopen. “Gaan we samen finishen?” “Ja!” “Daar komt een foto!”. Ik pak haar hand en probeer vrolijk te lachen naar de camera midden op de weg terwijl we onze handen omhoog gooien. Alles in mij schreeuwt ‘WANDELEN’ maar ik dwing mezelf stappen te blijven zetten. Ik móét bij Annemiek blijven. We lopen weer een viaduct in en ik kan alleen nog maar denken dat 2 kilometer echt onmogelijk ver voelt. Ik had moeten stoppen bij het waterpunt. Ik had niet zo snel moeten lopen, mijn benen hebben nauwelijks kilometers gemaakt de afgelopen weken… Ik bedenk me dat ik met alle liefde naalden in mijn kuiten liet steken om hier te kunnen lopen maar op dit moment kan ik echt niet meer genieten. Waar is die finish?!

Kilometer 9-10

“Zijn we nou al bij de 9 kilometer?” roept Annemiek, en ik zie dat het 9 kilometer punt vlak voor de ingang van een nieuw viaduct is. Dit zal echt de laatste zijn. Echt waar. Bovenop het viaduct staan mensen dingen te roepen en te joelen. We lopen de laatste heuvel op en daarachter zie ik eindelijk de laatste paar honderd meter voor de start. “Annie je moet me meesleuren, ik kan echt niet meer!”. Ze pakt mijn hand en ik voel dat ik mee word getrokken vooruit. Links in de massa van toeschouwers roept een vrouw ons iets toe in het Frans maar we hebben uiteraard geen idee wat ze zegt. Waar blijft de finish nou? Eindelijk zie ik hem en ik voel dat Annemiek een sprint in zet. Ik kan echt nog niet aanzetten tot versnellen en ben blij dat ze me nog steeds meesleurt. Zo’n 20 meter voor de finish zie ik een zwarte box staan en ik besluit dat dat mijn sprintmoment wordt. “Kom we gaan!” roep ik naar Annemiek en ik zet mijn eindsprint in. Hoe stuk ik ook ben, er is altijd adrenaline voor een eindsprint. We gooien onze handen in de lucht en rennen onder de finish door. We zijn er! We did it! Ik gooi mezelf over een hek en houd me eraan vast terwijl ik op mijn knieën zak. Ik zie een dixie aan de andere kant van het hek en voel de grootste opluchting ooit (ja echt, waar je een hardloper al gelukkig mee kan maken). Er komt een medewerker naar me toe en hij vraagt me in het Frans of alles goed met me gaat. “Yeah but can I go to the toilet?” zeg ik wijzend naar de dixie. Wat verward kijkt hij me aan en zegt “yeah, of course…”.  Ik spring over het hek, gooi de deur open en lach: we did it! We ran Paris!

Onze officiële tijd bleek inderdaad mijn langzaamste tijd ooit op de 10 KM, maar met dit zware parcours, de omstandigheden en het feit dat ik nog nooit zo kapot ben gegaan tijdens een wedstrijd kan het me eigenlijk niks schelen. Parijs was het mooiste decor voor een hardloopwedstrijd dat ik ooit heb gehad en ik ben dan ook heel blij en trots dat wij hier hebben kunnen lopen. Ironisch genoeg was ik maar liefst 1 seconde sneller dan Annemiek over de finish, maar als zij me niet had meegesleurd door de laatste kilometers had ik misschien wel in mijn broek geplast. Want nee, die dixie kon echt geen seconde later komen. Thanks for that Annie. Ik ben trots op je. 



Liefs, 

Pim

4 gedachten over “We Run Paris: Raceverslag Pim

  1. Pingback: Oktober Favorites

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s